Over de zeven sferen ligt de berg en het dal
verborgen onder onze zorgen van
een brandend land zonder heerschappij
de koude strijd verliezend tussen gezichten
zij zwichten voor de werkelijkheid in zonnekracht
zacht trillend onder de deken van gemis
vernis gepeld van dikke huid, gekraakt en
uitgebraakt volgens het patroon van de autonoom
gewoon wordt extra ordinair schoonheidsvertoon
lepels liggen klaar om te scheppen zonder Schepper
balken hangen klaar om de schouders te sieren van de vechters
rechters heffen zwaarden om de vechters te bedwingen
zij zingen zeven liederen van voor dat alles was
zeven zonderlingen horen waar vandaan de stem weerklonk
wat was verloor haar stem onder de sluier van illusie
geleefd door zeven zilte tranen voor de duistere genode
verboden muzikanten als de nacht valt voor de melodie
geheimen folteren de geest tot waanzin en bedrog
of toch weer de illusie die voor ieder een gezicht heeft
doorleefd is hij de veranderende, de vormloze aanwezige
de bezige en de stille, vrij doch verbonden aan de kracht
voor het warme noch het kille, het oude noch het prille
levenden en doden, de brandstof voor demonen en de goden
de schil van bezieling is zo groot als de kracht van haar verdriet
geschied is thans de weg naar vreugde en vervoering
ontroering zeeft de speelse plaatsen uit herinneringen
herbeleefd is opnieuw beleefd, doorzeefd van parels
in de schelp van liefde, kosmos en verbinding
leer de les zonder blik op de omgeslagen bladzijde
het boek schrijft door tot ver achter de horizon
de bladwijzer, de aanwezige, de waarnemer
draait het wiel rond waar de blik naar wijst
vergrijsd wanneer de denker de regisseur ontmoet
stuur niet opdat gij gestuurd zult worden
leef opdat gij niet geleefd zult worden
doorzie de leugen waaruit de waarheid u bevrijd
belijd waar-achtige realiteit als het geschenk
bedenk er geen seconde bij of af, in of uit
als de tijd haar ware gezicht lachend verspreidt
zonder afscheid is hier en nu de eeuwigheid
Nino – Januari 2010